Ouderreis Stanislascollege Delft
 

Plunderingen door Sulla

Plutarchus, Leven van Sulla 12 14: De plunderingen van de Romeinse generaal Sulla, die in 86 voor Chr. Athene veroverde.

12. De overige steden kreeg Sulla meteen in zijn bezit: zij zonden hem gezantschappen en nodigden hem uit. Tegen Athene echter, dat in de macht van de tiran Aristion was, trok hij op volle sterkte op. Hij omsingelde en belegerde de Piraeus, maakte gebruik van allerlei belegeringsmachines en viel op verschillende manieren aan. Als hij het geduld had kunnen opbrengen, had hij de bovenstad zonder risico in kunnen nemen. Er heerste daar grote hongersnood en door gebrek aan het allernoodzakelijkste was men ten einde raad. Maar omdat hij haast had naar Rome te gaan en bang was voor de revolutie die daar uitgebroken was, wilde hij met veel extra risico’s, veel gevechten en enorme uitgaven de oorlog sneller beëindigen. Nog afgezien van al het andere materieel had hij voor het werk aan de belegeringswerktuigen de beschikking over 10.000 muilezelspannen die elke dag dienst deden. Toen het hout opraakte, omdat veel machines onder hun eigen gewicht instortten of afbrandden door het onophoudelijke schieten van de vijanden, sloeg hij de hand aan de heilige bossen en kapte hij de Akademeia, de bosrijkste voorstad, en het Lykeion.

Omdat hij bovendien veel geld voor de oorlog nodig had, legde hij de hand op de schatten van de Griekse heiligdommen, en met name uit Epidauros en Olympia liet hij de mooiste en kostbaarste wijgeschenken halen. Hij schreef ook aan de Amphictyonen in Delphi dat de rijkdommen van de god beter naar hem gebracht konden worden: ze waren immers veiliger opgeborgen bij hem en als hij ze zou gebruiken, zou hij het compenseren. Hij zond zijn vriend Kaphis, de Phociër, met de opdracht alles wat hij mee zou nemen precies te wegen. Kaphis aarzelde na zijn aankomst de heilige schatten aan te raken en toen de Amphictyonen veel druk op hem uitoefenden, barstte hij in tranen uit om de dwangpositie waarin hij zich bevond. Toen ook nog een paar mensen zeiden dat zij binnen in de tempel de citer van Apollo hadden horen klinken, heeft hij dit aan Sulla laten berichten, ofwel omdat hij het verhaal geloofde, ofwel omdat hij Sulla bijgelovige angst wilde inboezemen. Spottend schreef Sulla terug dat hij zich erover verbaasde dat Kaphis niet door had dat de muziek een teken van vreugde, en niet van boosheid was. Hij moest flink zijn en het gewoon nemen, omdat de god het met blijdschap aanbood. Alle andere schatten werden, zonder dat de meeste Grieken het bemerkten, op transport gesteld, maar het zilveren vat dat nog overgebleven was van de wijgeschenken van Croesus, viel door zijn enorme gewicht en zijn omvang niet op een kar te zetten. Zo zagen de Amphictyonen zich gedwongen het stuk te laten slaan en ze brachten daarbij Titus Flamininus, Manius Acilius en Aemilius Paullus in herinnering. Manius Acilius had Antiochos uit Griekenland verdreven, de andere twee hadden de koningen van Macedonië verslagen. Zij allen hadden zich niet alleen onthouden van het leeghalen van Griekse heiligdommen, maar zij hadden er bovendien geschenken gebracht en met hun eerbewijzen bijgedragen aan de verering. Maar ja, dat waren aanvoerders die, trouw aan de wetten, aan het hoofd stonden van ingetogen soldaten die geleerd hadden zwijgend bevelen op te volgen. Zelf waren zij koninklijk wat karakter betreft, maar bescheiden in hun manier van leven. Maar de bevelhebbers van dat moment, die hun positie niet door verdienste maar door geweld kregen en hun wapens eerder gebruikten tegen hun concurrenten dan tegen de vijanden, moesten zich tijdens hun commando populair gedragen. Terwijl zij dus de diensten van de soldaten kochten met geld voor luxe artikelen, begrepen zij niet dat zij hun hele vaderland als koopwaar behandelden en dat zij zichzelf tot slaaf maakten van de allerslechtste mensen in hun streven om over de betere mensen te regeren. Als een der eersten had vooral Sulla zich hieraan schuldig gemaakt. Hij probeerde soldaten van andere generaals om te kopen en over te laten lopen door veel geld uit te geven aan de luxe van zijn eigen manschappen. Zo kwam het dat hij, bij het tot verraad uitlokken van de tegenstanders en het verleiden tot een losbandig leven van zijn eigen soldaten, veel geld nodig had vooral voor die belegering.

13. Sulla had een onweerstaanbaar sterk verlangen Athene in te nemen, misschien vanwege de van oudsher grote roem van de stad die allang geen schim meer was van vroeger. Misschien was hij ook wel geïrriteerd door de bespottingen en de obscene woorden, waarmee de tiran Aristion hem en zijn vrouw Metella uitschold, terwijl hij bovenop de muren stond te dansen. Die man was een brok brutaliteit en wreedheid. De stad die eerder was ontsnapt aan talloze oorlogen, vele tirannieën en burgeroorlogen, liep uiteindelijk een soort dodelijke ziekte op in de vorm van deze persoon. Terwijl een medimne meel op dat moment in de stad duizend drachmen kostte en de mensen de kamille die op de Akropolis groeide aten en schoenzolen en beurzen kookten, vierde hij overdag feest met braspartijen en optochten en om de vijand belachelijk te maken danste hij de wapendans. Intussen liet hij door gebrek aan olie de heilige lamp van de godin uitgaan en toen de hogepriesteres vroeg om een kilo graan, stuurde hij haar peper. De raadsheren en priesters die hem smeekten medelijden te hebben met de stad en te gaan onderhandelen met Sulla liet hij met pijlen uiteendrijven. Pas heel laat stuurde hij twee of drie van zijn feestgangers om over vrede te praten. Toen die geen enkel verstandig voorstel deden tot redding van de stad, maar alleen plechtige prietpraat over Theseus en de Perzische oorlogen uitsloegen, sprak Sulla tot hen: ‘Ga nu maar weg, zwetsers, en neem die wijze lessen mee. Ik ben niet door de Romeinen naar Athene gestuurd om filosofie te studeren, maar om rebellen te onderwerpen.’

14. Het verhaal gaat dat intussen een paar mensen in de Kerameikos een gesprek hadden opgevangen van oudere mannen die de tiran het verwijt maakten dat hij de toegang tot de muur bij het Heptachalkon niet liet bewaken, de enige plek waar het voor de vijanden mogelijk - nee, gemakkelijk - was over de muur te klimmen. Zij meldden dit aan Sulla, die er goede notie van nam. Dezelfde nacht ging hij kijken op de plek waar de stad ingenomen zou kunnen worden en vervolgens ging hij meteen aan het werk. Aan deze kant werd de stad dus ingenomen. Sulla zelf liet het stuk muur tussen de Piraeuspoort en Heilige poort afbreken en met de grond gelijk maken. Rond middernacht reed hij, angstaanjagend, onder luid trompet en hoorngeschal de stad in. Zijn soldaten, die van hem de vrije hand gekregen hadden om te plunderen en te moorden, renden met getrokken zwaarden schreeuwend en brullend door de straten. Het aantal afgeslachte burgers was niet te tellen en tot op heden berekent men het nog altijd naar de plaats die met bloed overstroomd was. Want, zonder de doden uit de andere delen van de stad mee te tellen, bedekte het bloedbad bij de agora de hele Kerameikos binnen de DipyIonpoort. Men zegt zelfs dat er zoveel bloed door de poort gestroomd is, dat de buitenwijk onder het bloed kwam te staan. Hoewel er dus veel mensen op deze wijze stierven, pleegden er bijna net zoveel zelfmoord, omdat zij met smart en verdriet de vernietiging van hun vaderland voorzagen. Het betere deel van de bevolking leefde in angst en had de hoop op redding opgegeven, omdat zij geen enkele menselijkheid of redelijkheid van Sulla verwachtten. Toen de ballingen Medias en Calliphon hem erom smeekten en zich aan zijn voeten wierpen, toen alle op de veldtocht aanwezige senatoren hem vroegen de stad te sparen, sprak Sulla, nadat zijn wraaklust eindelijk verzadigd was, een kleine lofrede uit op de Atheners van weleer. Hij zei dat hij mild was voor velen omwille van weinigen, voor de levenden omwille van de doden.

Sulla nam niet veel later ook de Piraeus in en hij liet bijna alles platbranden, onder andere ook het beroemde Arsenaal van Philon.

 
teksten/plunderingen_door_sulla.txt · Laatst gewijzigd: 2006/04/20 00:02 door luc
 
Recent changes RSS feed Creative Commons License Donate Powered by PHP Valid XHTML 1.0 Valid CSS Driven by DokuWiki