Ouderreis Stanislascollege Delft
 

Oidipous op de driesprong

Sophokles, Oidipous Tyrannos: Oidipous vertelt aan Jokaste wat er op de driesprong gebeurde

Robin leest bij de driesprong bij Daulis dit verhaal voor

OIDIPOUS (tegen Jokaste)
Mijn vader was Korinthe’s Polybos,
mijn moeder Merope, een Dorische.
Ik gold als grootste van de burgers daar,
totdat het volgende mij overkwam,
verbazend, maar mijn opwinding niet waard.
Bij een diner roept iemand in zijn roes,
dat ik geen echt kind van mijn vader ben.
Bezorgd, hield ik mij op die dag nog in,
met moeite, maar de volgende ging ik
mijn ouders ondervragen, die het verwijt
dat hem ontvallen was hoog opnamen.
Ik was over hun houding wel verheugd,
maar toch bleef het mij steken. Het zat diep.
Ik reis naar Delfi, buiten weten van
mijn ouders. Foibos keurde daar mijn vraag
geen antwoord waard, maar openbaarde mij
wel andere rampen, vreselijk ongeluk,
dat ik bestemd was na gemeenschap met
mijn moeder aan de wereld een geslacht
te tonen, onverdraaglijk om te zien,
en ook de moordenaar van mijn vader werd.
Toen ik dat had gehoord ging ik, voortaan
Korinthe’s plaats aan sterren afmetend,
in ballingschap waar ik de schande van
mijn onheilsuitspraak nooit vervuld zou zien.
En op mijn tocht bereik ik zo die plaats
waar volgens u die vorst werd omgebracht.
Ik zal u nu de waarheid zeggen, vrouw.
Toen ik die driesprong lopend naderde,
kwamen daar een heraut en in een koets
met paarden iemand zoals u beschrijft
mij tegemoet. Zowel de leider als
de meester zelf wilde mij met geweld
de weg afdrijven en ik geef de man
die mij opzij drukt en de teugels voert
in drift een klap. De meester, die dat ziet,
wacht af tot ik voorbijkom en raakt mij
dan met zijn dubbele zweepstok uit de koets
vol op mijn hoofd. Het kwam hem duur te staan.
Onmiddellijk getroffen met een staf
door deze hand, stort hij snel ruggelings
de wagen uit. Ik dood hen allemaal.
Maar als die vreemde iets van Laios heeft,
wie is nu dan ellendiger dan ik,
wie zal door goden meer worden gehaat,
nu niemand, vreemdeling of burger, mij
nog mag ontvangen of begroeten en
elk huis mij buitensluit? Geen ander dan
ikzelf legde mij dit, die vloeken, op.
Zijn weduwe bezoedel ik in bed
met handen die hem doodden. Ben ik slecht?
Toch wel geheel besmet, nu ik, verplicht
tot ballingschap, de mijnen niet mag zien,
mijn vaderland ook niet betreden, of
ik ga een huwelijk met mijn moeder aan
en moet mijn vader doden, Polybos,
door wie ik ben verwekt en grootgebracht.
Heeft dan wie oordeelt dat een demon dit
op deze man afstuurde geen gelijk?
Nee, nee, o, goddelijke majesteit,
laat mij die dag niet zien, maar geef dat ik
van de aarde ben verdwenen voordat ik
mijzelf zo door het noodlot zie bevlekt.

 
teksten/oidipous_op_de_driesprong.txt · Laatst gewijzigd: 2006/05/10 23:07 door luc
 
Recent changes RSS feed Creative Commons License Donate Powered by PHP Valid XHTML 1.0 Valid CSS Driven by DokuWiki