Ouderreis Stanislascollege Delft
 

Delphische hymne aan Apollo

Delphische hymne aan Apollo 1

Nicole leest in het theater van Delphi dit gedicht voor

Luister, jullie die de diepe bossen van Helikon bewonen,
dochters, liefgearmd, van Zeus de donderaar.
Kom jullie bloedverbonden broer Phoibos toezingen
met zijn gouden lokken,
die over de dubbele rotspiek hier van Parnassos,
waar ook illustere vrouwen van Delphi wonen,
komt gereisd naar het water van Kastalia
om zijn orakelrots te bezoeken.

Kijk, het roemrijke Attika, land van de grote stad,
die door de zegen van Tritonis, wapendraagster,
veilig zijn gebied bewoont. Op de heilige altaren
verteert Hephaistos de schenkels daar
van jonge stieren en vermengd met offerrook kronkelt er
Arabische wierookgeur naar de Olympos.
Heldere fluit en gouden cither heffen in verweven melodieën
een loflied aan.

Heel de schare van kunstenaars die Attika
bewoont, slaat nu de cither voor de glorierijke
zoon van grote Zeus; een loflied zingen ze
bij deze sneeuwgetopte berg, voor u,
die goddelijke orakelspreuken zonder leugens
onthult aan alle stervelingen,

sinds u de waarzeggende drievoet hebt veroverd
door de gehate Python bewaakt,
toen u het listig kronkelend gedrocht
doorboorde met uw pijlen, tot het monster
een vervaarlijk gesis uitstootte en
tegelijk de laatste adem gaf.

 
teksten/delphische_hymne_aan_apollo.txt · Laatst gewijzigd: 2006/05/10 23:03 door luc
 
Recent changes RSS feed Creative Commons License Donate Powered by PHP Valid XHTML 1.0 Valid CSS Driven by DokuWiki