Ouderreis Stanislascollege Delft
 

Bouwprogramma op de Akropolis

Plutarchus, Leven van Perikles 12-13: Het bouwprogramma op de Akropolis

Hans leest op de Akropolis in Athene deze tekst voor

12. Geen van Perikles’ politieke aktiviteiten schonk Athene zoveel schoonheid, zoveel vreugde, en heeft de rest van de wereld zo intens verbijsterd als de uitvoering van zijn bouwprogramma. Bovendien dankt Griekenland er het enige concrete bewijs aan dat zijn geschiedenis van macht en oude glorie werkelijkheid geweest is.
Toch hebben de tegenstanders van Perikles juist dit project voortdurend in de volksvergadering verdacht gemaakt. Ze vonden dat het volk zijn goede naam verspeelde. ‘De anderen spreken er schande van’, riepen ze, ‘dat wij de gemeenschappelijke kas van de Grieken uit Delos naar Athene hebben overgebracht. Tot nu toe konden we ons tenminste nog verdedigen met het argument dat angst voor de Perzen onze drijfveer is geweest en dat we het geld nu in veilige bewaring hebben, maar dit schitterende excuus heeft Perikles ons thans uit handen geslagen. Griekenland voelt het als een ontzettende belediging, als een openlijke vorm van tyrannie, om te moeten zien hoe wij van hun verplichte oorlogsbijdragen onze stad verfraaien en een schoonheidsbehandeling geven als een kokette vrouw, haar tooiend met kostbare stenen, met beelden en kapitale tempels.’
Van zijn kant legde Perikles dan weer aan het volk uit dat zij over financiële kwesties geen verantwoording hoefden af te leggen aan hun bondgenoten. ‘We voeren’, zei hij ‘toch de oorlog voor hen? We houden toch de Perzen voor hen op een afstand? Nog geen paard, geen schip, geen soldaat dragen ze bij, het enige dat ze hoeven te fourneren is geld. En geld is nu eenmaal niet van wie het betaalt, maar van wie het krijgt, zolang de laatste zijn verplichtingen maar nakomt. Onze stad voldoet op dit moment ruimschoots aan alle eisen die de oorlog stelt. Daarom is het niet meer dan billijk dat wij nu haar ruime middelen gaan investeren in een project dat, na zijn voltooiing, Athene voor altijd beroemd zal maken. Bovendien zal het, zolang het in uitvoering is, op zijn beurt weer nieuwe welvaart met zich meebrengen. Het zal namelijk werk verschaffen en behoeften creëren op alle mogelijke terreinen; elk ambacht zal weer opbloeien en elke hand gaat weer aan de slag. Nagenoeg de hele stad zal als werknemer optreden en zal zo uit haar eigen verfraaiing de middelen van bestaan putten.’
Nu was het een feit dat mannen die jong en sterk genoeg waren, tijdens hun mobilisatie een ruim salaris ontvingen uit de algemene kas. Perikles echter wilde dat daarnaast ook de grote massa arbeiders, die niet waren ingezet voor de strijd een eigen inkomen zou hebben, maar dan alleen door aktief aan een arbeidsproces deel te nemen. Daarom had hij met verve grootse bouwplannen aan het volk voorgelegd, projekten op lange termijn waarvoor uit alle sectoren vaklieden moesten worden aangetrokken. Op die manier zouden ook de thuisblijvers meeprofiteren van de gemeenschapsgelden met hetzelfde recht als zij die dlenden op de vloot, in bezet gebied of in het leger.
De volgende grondstoffen werden verwerkt: marmer, koper, ivoor, goud, ebbenhout en cypressehout. Voor toepassing en verwerking van dit materiaal beschikte men over timmerlieden, beeldhouwers, koperslagers, steenhouwers, vergulders, ivoorwerkers, kunstschilders, emailleurs en graveurs. Voor levering en transport over zee zorgden kooplieden, matrozen en gezagvoerders; voor vervoer over land wagenmakers, menners, muilezeldrijvers, touwdraaiers, wevers, leersnijders, wegenbouwers en mijnwerkers. De ongeorganiseerde arbeiders en kleine zelfstandigen werkten van nu af aan in gedisciplineerde orde, ieder volgens de eisen van zijn eigen specialisme, als soldaten met een eigen generaal. Als één instrument, als één lichaam, stonden ze in dienst van hun vak.
En zo ging op den duur nagenoeg iedereen, ongeacht leeftijd of aanleg, mee delen in een welvaart die voortkwam uit de behoeften van de stad.

13. Nu verrezen er monumentale gebouwen van onnavolgbare schoonheid en elegance. De bouwers - en de een wilde daarbij voor de ander niet onder doen - paarden groot vakmanschap aan nog grotere artistieke vaardigheid. Wat echter nog het meest bewondering afdwong was het tempo waarin alles gebeurde. Want als men gedacht had, dat elk gebouw afzonderlijk pas over ettelijke generatles gereed zou zijn, werden nu alle projecten samen uitgevoerd gedurende de bloei van slechts één bewind. Nu is het natuurlijk absoluut geen waarborg voor een hoge en blijvende kwaliteit van een werk, als het snel en met de vlotte hand vervaardigd wordt. Integendeel: de maker oogst van zijn creatieve arbeid pas dan resultaten van duurzame aard, wanneer hij er eerst vele lange werkuren in heeft geïnvesteerd. Daarom juist verdienen die monumenten van Perikles onze bewondering, want aan hun lange levensduur ging slechts een korte wordingstijd vooraf. En zo prachtig waren ze stuk voor stuk dat zij eigenlijk meteen al klassiek waren, terwijl ze door hun sprankelende vitaliteit tot op de dag van vandaag nog modern zijn. Er hangt over die gebouwen een waas van frisheid dat die hen door de eeuwen heen behoedt voor verval. Het lijkt wel of ze kunnen ademen en daarbij nooit vermoeid raken, of ze bezield zijn van een eeuwige jeugd.
De verantwoordelijke leiding over het hele bouwproject had Perikles in handen gegeven van Phidias, hoewel er ook verder grote architecten en kunstenaars bij het werk betrokken waren. De bouw van het Parthenon bijvoorbeeld werd uitgevoerd onder leiding van Kallikrates en Iktinos.
Aan de Demetertempel in Eleusis, het Telesterion, werkten weer anderen mee. Eerst was dat Koroibos, die de zuilen van de begane grond liet verrijzen en de kroonlijst aanbracht. Na diens dood liet Metaganes het fries en de zuilen van de eerste verdieping aanbrengen, terwijl tenslotte Xenokles de cella met een lichtkoepel bekroonde.

 
teksten/bouwprogramma_op_de_akropolis.txt · Laatst gewijzigd: 2006/05/10 23:16
 
Recent changes RSS feed Creative Commons License Donate Powered by PHP Valid XHTML 1.0 Valid CSS Driven by DokuWiki